Gedragscode Stichting Advisering Bestuursrechtspraak
(3 september 1998, aangepast in januari 2006 en 15 juni 2010)
Considerans
Ten behoeve van een onpartijdige en onafhankelijke advisering door de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak, zoals bedoeld in artikel 20.14 e.v. van de Wet milieubeheer en artikel 8.5 e.v. van de Wet Ruimtelijke Ordening, is het gewenst een gedragscode op te stellen, die door de medewerkers in acht dient te worden genomen.
A. Het onderzoek ter plaatse
1. De adviseur brengt een bezoek aan alle locaties, die voor de beoordeling van het geschil moeten worden bezocht. De aard van het beroep dan wel het verzoek van de rechter kan aanleiding geven van het onderzoek ter plaatse af te zien.
2. Betreft het een bezoek waarbij de adviseur genoodzaakt is particulier grondgebied van derden te betreden, dan wordt het bezoek van te voren aangekondigd. De aard van het beroep dan wel het verzoek van de rechter kan de adviseur aanleiding geven het bezoek onaangekondigd te verrichten.
3. In het geval dat van een onderzoek ter plaatse is afgezien, wordt daarvan gemotiveerd melding gedaan in het verslag.
B. Contact met het bevoegd gezag
1. Een persoonlijk onderhoud vindt plaats met een vertegenwoordiger van het bevoegd gezag. Indien van een persoonlijk onderhoud wordt afgezien, wordt het gemeentebestuur daarover telefonisch benaderd.
C. Contact met appellanten
1. In beginsel vindt altijd een persoonlijk onderhoud plaats met appellanten. Indien van een persoonlijk onderhoud wordt afgezien, worden appellanten hierover telefonisch benaderd. Het wordt aan appellanten overgelaten of hun eventuele vertegenwoordigers of gemachtigden bij het onderhoud aanwezig zullen zijn. De advocaat/gemachtigde van appellanten wordt van het persoonlijk onderhoud op de hoogte gesteld.
2. Wordt een onderwerp door meerdere afzonderlijke appellanten aan de orde gesteld, dan kan het onderhoud met instemming van appellanten worden gecombineerd. Bij groepen appellanten kan worden nagegaan of er een woordvoerder of contact persoon is, tot wie het persoonlijk onderhoud beperkt kan blijven.
D. Overige contacten
1. Indien de noodzaak of behoefte bestaat derde-belanghebbenden dan wel derden te benaderen kan dit contact telefonisch, schriftelijk dan wel op basis van een persoonlijk onderhoud plaatsvinden.
2. Derde-belanghebbenden dan wel derden die zich als partij hebben aangemeld, worden ten minste telefonisch benaderd.
E. Contacten algemeen
1. Alle partijen dienen (zoveel mogelijk) gelijkwaardig te worden behandeld.
2. Afspraken voor een persoonlijk onderhoud met het bevoegd gezag, appellanten, derde-belanghebbenden en derden worden bij voorkeur tenminste één week (maar in ieder geval tenminste drie werkdagen) voordien gemaakt. Van deze contacten wordt in het verslag melding gemaakt onder vermelding van datum, naam, organisatie en hoedanigheid/functie, alsmede eventueel de reden van het contact.
3. In het geval dat er sprake is geweest van een persoonlijk onderhoud met de onder E2 genoemde personen/instanties, dient in het verslag waar nodig de essentie van dat onderhoud en het besprokene kort te worden weergegeven.
4. Indien het verslag mede wordt gebaseerd op door de StAB verzamelde stukken en partijen die stukken niet (kunnen) kennen, worden deze stukken bij het deskundigenbericht gevoegd.
5. De adviseur geeft in geval van de onder B, C en D genoemde contacten duidelijk aan, wat de reden van het contact is, in het kader van welke procedure het contact plaatsvindt, wat de rol van de StAB in de procedure is, dat de StAB een onafhanke lijke positie inneemt en wat het vervolg van de procedure is.
6. De adviseur dient bij alle contacten een onpartijdige en onafhankelijke houding aan te nemen. Er worden geen eigen meningen verkondigd noch worden er mededelingen gedaan over de mogelijke afloop van het geschil dan wel over de termijnen van afdoening. Over de inhoud van een verslag worden geen mededelingen gedaan voordat het verslag openbaar is gemaakt.
7. De adviseur is in de contacten met de partijen te allen tijde verantwoordelijk om (de schijn van) beïnvloeding te voorkomen.
8. Het legitimatiebewijs van de StAB dient bij alle in deze gedragscode genoemde bezoeken en contacten te kunnen worden getoond.
F. Behandelend adviseur
- De adviseur van de StAB behandelt geen zaken in de gemeente, waarin hij woonachtig is of waarmee hij een zakelijke relatie heeft (bijvoorbeeld als lid van een bezwaren- en beroepscommissie).
- De adviseur adviseert niet in zaken die hij bij een vorige werkgever in behandeling heeft gehad.
- De adviseur adviseert de eerste drie jaar niet in zaken waarbij zijn vorige werkgever betrokken is geweest.
- De adviseur van de StAB behandelt geen zaken waarbij sprake is van een familieband of andere persoonlijke betrokkenheid.
- De adviseur meldt bij de directeur zijn nevenfuncties. De directeur houdt een register met alle gemelde nevenfuncties. Het register ligt bij de StAB ter inzage.
- De punten 1 t/m 5 zijn ook van toepassing op door de StAB ingeschakelde en onder de verantwoordelijkheid werkende externe adviseurs[1]. Externe adviseurs adviseren niet in zaken waarbij hun werkgever is betrokken dan wel betrokken is geweest noch ondersteunen bij dergelijke advisering.
[1] Een externe adviseur is iemand die niet onder dienstverband bij de StAB staat, maar tijdelijk door de StAB is aangetrokken om namens haar verslagen als bedoeld in artikel 8:47 Awb uit te brengen.
15 juni 2010