Zoeken
larger text smaller text reset text

Den Haag/omgevingsvergunning

3/16/2018 2:00 AM

Omgevingsvergunning drie bunkers. Kruimelgevallenregeling. Bijbehorend bouwwerk. Hoofdgebouw.Het college heeft aan vergunninghoudster – onder toepassing van de kruimelgevallenregeling – een omgevingsvergunning verleend voor het toegankelijk maken van drie bunkers. Uit de definitie van hoofdgebouw, als bedoeld in artikel 1 van bijlage II Bor, volgt dat zich op een perceel één hoofdgebouw kan bevinden. De bunkers bevinden zich op een perceel bos met één kadastraal nummer. Het betreft verder een verzameling van (in totaal) 13 solitaire bunkers, die niet door middel van een gangenstelsel met elkaar zijn verbonden. Ter plaatse zijn, gelet op het vorenstaande, meerdere gebouwen op een en hetzelfde perceel aanwezig. Omdat geen van deze bunkers is aangewezen of kan worden aangewezen als het belangrijkste gebouw, wordt niet voldaan aan de definitie van hoofdgebouw. Voorts is van belang om vast te stellen of de bunkers – gelet op de definitie van hoofdgebouw, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, bijlage II Bor – noodzakelijk zijn voor verwezenlijking van de geldende bestemming. Dit is evenmin het geval. Aangezien bunkers niet vallen onder de doeleindenomschrijving behorende bij de bestemming die op de gronden rust, zijn de bunkers niet noodzakelijk voor verwezenlijking van de geldende bestemming. Ook kan niet worden gesteld dat de bunkers noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van de toekomstige bestemming. Blijkens rechtspraak van de Afdeling (ECLI:NL:RVS:2016:786) moeten in een dergelijke situatie concrete aanwijzingen bestaan dat en wanneer aanpassing van de bestemming in de door het college gewenste zin metterdaad ter hand zal worden genomen. Dergelijke concrete aanwijzingen dat en wanneer de aanpassing van de ter plaatse geldende bestemming door toevoeging van de functieaanduiding ‘Cultuur en ontspanning’ valt te verwachten, ontbreken in dit geval. Het college heeft immers geen enkele indicatie gegeven op welke termijn bedoelde aanpassing van de bestemming daadwerkelijk ter hand zal worden genomen. Op grond van het vorenstaande heeft het college ten onrechte toepassing gegeven aan de kruimelgevallenregeling, omdat de bunkers niet aangemerkt kunnen worden als hoofdgebouw in de zin van artikel 1, eerste lid, bijlage II Bor. De drie ondergrondse portalen met luiken, die met toepassing van de kruimelgevallenregeling zijn vergund, kunnen daarom niet als bijbehorende bouwwerken worden aangemerkt, waardoor geen toepassing kan worden gegeven aan artikel 4, onderdeel 1, bijlage II Bor.
Link naar de uitspraak: SGR 17/7200 en SGR 18/530